Jeugdtheaterschool

Er zijn helaas geen JTS lessen momenteel, maar omdat we jullie wel graag willen blijven inspireren door met theater bezig te zijn lanceert de JTS: de “Thuis Theaterles”. Waarin de JTS cursist de expert is en de oefeningen en opdrachten kan uitleggen aan het hele gezin! 

Iedere week zetten we een aantal oefeningen, energizers, spelopdrachten online die je kunt uitvoeren met 2 tot 8 personen. Wees creatief en laat je inspireren! Benut de tijd die je nu met elkaar bent om gezellig creatief bezig te zijn met elkaar.

Lesweek 8

Slowmotion (oefenen)

Zoals je van de theaterlessen gewend bent, kun je dingen uitbeelden in normaal tempo. Maar ook supersnel of juist heel langzaam, in slowmotion. 

Kies 1 handeling uit (dus dingen die je kunt doen). Denk bijvoorbeeld aan: je veters strikken, de gordijnen opendoen, zwaaien naar de buurvrouw of gaan liggen op de bank en de tv aanzetten. 
1) Voer de handeling uit in een normaal tempo. 2) Voer dit 3x achter elkaar uit in supersnel tempo. 3) Voer dit uit in slowmotion. Denk eraan dat je bij slowmotion echt extreem langzaam beweegt, van je hoofd tot je tenen. Alles gaat lang-zaaaaaaaaam. 

Belangrijk bij slowmotion is je gezichtsuitdrukking. Probeer maar eens te spelen dat je valt op de grond (in slowmotion) en dat je daarna opstaat en dat je overal pijntjes hebt. Dit kun je natuurlijk heel goed uitbeelden met de emoties. 

Slowmotion Kampioenschap (scene maken)

Nu je geoefend hebt kun je een scene maken. Vraag of iemand uit je gezin misschien mee wil doen. Samen ga je een verzonnen wedstrijd in slowmotion doen. Bijvoorbeeld: Het kampioenschap “Plantjes water geven in slowmotion” of “Pyjama binnenstebuiten aantrekken in slowmotion” of verzin zelf iets creatiefs!

Speel dit kampioenschap! Je kunt je broer/zus optrommelen om je tegenstander te zijn, misschien kan een ouder de scheidsrechter zijn. En let op! Alles speel je in slowmotion, de bewegingen, de gezichtsuitdrukkingen, maar ook juichen als je bijvoorbeeld gewonnen hebt. Maak er een mooie wedstrijd van! 

Lesweek 7

Schimmenspel

Een schimmelspel maken doe je door te spelen met schaduwen. Nodig: een laken, een lamp, wat figuurtjes, knuffels o.i.d. Leuk is om van tevoren bijvoorbeeld eerst poppetjes te knutselen en die vast te maken aan satéprikkers. Zodat je allerlei vormpjes, personages kunt gebruiken.

Na het knutselen span je het laken, je zet een lamp aan die schijnt op het laken. En dan speel je een schimmenspel voor je gezin. Denk hierbij aan de Wie – Wat – Waar. Deze kennen jullie allemaal, dus bedenk goed waar je scène over gaat. Je kunt spelen met grappige stemmetjes, maar ook de emoties gebruiken.

Dialoog – “Te laat”

Hieronder staat een dialoog, een tekst tussen twee spelers, speler A en speler B. Je gaat eerst oefenen met de tekst. Door te spelen met: volume (de tekst heel hard of fluisterend zeggen) of met een emotie (A is bijvoorbeeld heel blij, terwijl B heel verdrietig is). Hier kun je heel veel variaties van maken. Daarna mag je echt een scene maken.

Wie A en B zijn kun je zelf bedenken. Zijn het collega’s? broer en zus? Beste vrienden? 

Waar zijn A en B? Op welke locatie of welke plek zou deze scene zich kunnen afspelen?

Wat is er aan de hand? En wat zijn ze aan het doen? 

Dus eerst oefen je de tekst op verschillende manieren, daarna mag je gaan theatermaken en kun je je scene laten zien aan je familie of misschien de scene filmen en terugkijken? 

Extra: om de tekst te oefenen kun je een ouder, broer of zus gebruiken. Maar als die even druk zijn, kun je ook het tekstfragment downloaden. Dan kun je oefenen met Mayon. Mayon spreekt dan de tekst van Speler A, en in de stilte kun jij dan de andere tekst zeggen, als speler B.  

Dialoog tekst

Speler A: Goedemorgen

Speler B; Goedemorgen

Speler A: U bent te laat!

Speler B: U bent te vroeg!

Speler A: We hadden afgesproken om vijf voor zeven.

Speler B: We hadden afgesproken om vijf over zeven.

Speler A: Weet u dat zeker?

Speler B: Heel zeker.

Speler A: Echt waar?

Speler B: Jazeker.

Speler A: Dan heb ik mij wellicht vergist. Zullen we beginnen?

Speler B: .....

Lesweek 6

Een ander perspectief
We zitten inmiddels al een tijd thuis, zo lang dat je denkt dat je alles in je huis al heel goed hebt gezien. Toch zijn er vaak dingen die je misschien nooit eerder zijn opgevallen. 

Pak een papiertje en een pen en schrijf 5 dingen op die je nog niet eerder had gezien in huis. Hoe kun je die dingen vinden? Misschien moet je eventjes op de grond gaan liggen, of ondersteboven naar je huis kijken, of iets van heel dichtbij bekijken of juist van heel ver weg. Let op alle details, kijk eens achter iets waar je niet zo vaak kijkt. Schrijf de 5 dingen op en kom dan weer terug bij elkaar.

Vervolgens ga je de rest van je familie een rondleiding geven langs deze 5 dingen door het huis. Alsof je een echte rondleider bent van het museum, je vertelt er iets over, misschien hoe je het hebt ontdekt of waarvoor het dient. De gasten kunnen natuurlijk ook vragen stellen aan de rondleider. 
Variatie:je kunt de rondleiding natuurlijk ook geven als een typetje. Verkleed je of praat met een ander stemmetje. 

De Herhaal oefening 
Je staat met z’n tweeën tegenover elkaar. A zegt iets over B. Bijvoorbeeld: “Je hebt strepen op je shirt!”. B herhaalt “Ik heb strepen op mijn shirt”. A zegt weer “Je hebt strepen op je shirt!”, maar nu met een andere emotie. Heel verdrietig, blij, boos of juist bang. Je kunt de zin heel hard zeggen of fluisterend. B herhaalt steeds de zin weer. Dit kan zijn in dezelfde emotie, of juist iets tegengestelds.

Stel je voor A fluistert “je hebt strepen op je shirt” en B schreeuwt vervolgens “IK HEB STREPEN OP MIJN SHIRT”. Dit kan natuurlijk hele grappige stukjes opleveren. 

Daarna draai je de rollen om. B mag iets over A zeggen en A herhaalt de zin in de ik-vorm. 

Lesweek 5

Nette Netty & Deftige Dirk
Vandaag gaan we aan de slag met personages. Een personage is als het ware een typetje en vandaag spelen we hele deftige typetjes. En je mag een deftige of grappige naam verzinnen zoals; Nette Netty en Deftige Dirk.
Ga eens staan als iemand die heel deftig is. Hoe sta je dan? Waar plaats je je handen? Is je kin een beetje omhoog? Je mag doen alsof je jezelf heel bijzonder interessant vindt.
Loop nu eens rond alsof je heel netjes bent, loop je dan met kleine snelle stapjes, of juist heel langzaam? Probeer ook maar eens te gaan zitten, hoe gaat iemand keurig zitten?
En als je een kast opendoet, of een kussentje van de bank opklopt, hoe doe je dat dan? 

Je mag nu ook oefenen met je stem gebruiken, dus hoe zeg je een andere persoon gedag? Hoe praat je? Misschien kun je de ander eens vragen om zijn of haar hobby’s te vertellen. 

Probeer een korte scène te maken van twee deftige personages en laat die aan anderen zien. Je kunt de scene natuurlijk ook filmen en dan lekker zelf terugkijken! 

 Het Lampje
Voor deze opdracht heb je een minimaal 4 personen nodig. Iedereen staat in een kringetje met de handen vast, jullie zijn de kabels van het lampje. Persoon A (in de kring) gaat het lampje doorgeven, door zachtjes in de hand van zijn ene buurman te knijpen. Vervolgens wordt het kneepje doorgegeven tot hij terug is bij de start. Dan zegt persoon A, HET LAMPJE BRANDT!

Maar in de kring staat ook iemand, de reparateur. Hij of zij probeert de anderen te betrappen op het geven van het kneepje. Dus je moet het zo onopvallend mogelijk doen! Als de reparateur het kneepje ziet, wijst hij/zij naar de handen waar het kneepje werd gegeven. Iemand anders wordt de reparateur in het midden. 

Lesweek 4

Menselijke Machine
Voor deze oefening heb je tenminste 3 personen nodig. Jullie zijn vandaag de Menselijke Machine. Dit betekent dat jullie allemaal een onderdeel zijn van de grote machine. Een voorwerp gaat door de Menselijke Machine, langs ieder persoon. Maar het voorwerp wordt niet zomaar doorgegeven, dit gebeurt op een creatieve manier! Denk aan doorgeven onder je been door, of het voorwerp even oppoetsen, tegen het licht houden, achterstevoren etcetera. Bij elk onderdeel (dus bij iedere persoon) komt er ook een speciaal geluidje. Dus we horen allerlei geluidjes van de machine. 

Deze Menselijke Machine kan ook heel goed worden ingezet bij het gezamenlijk dekken van de tafel! De borden, het bestek gaan allemaal door de Menselijke Machine richting de tafel.  

Variatie: om nog meer je verbeelding te gebruiken kun je een fantasie voorwerp door de Machine laten gaan. Misschien begint het voorwerp heel klein, wordt het heel groot en zwaar. 

Het doorgeef gedicht
Spreek van tevoren een onderwerp of thema af, pak een vel papier en een pen.
Iemand uit het gezin maakt een zin en zet deze bovenaan op een papier. Vouw het blad een stukje om zodat je niet meer ziet wat er staat. De volgende mag nu een zin op schrijven. Zo ga je door tot iedereen 2x is geweest. Je kunt natuurlijk ook vaker dan 2x per persoon schrijven. Als je het blad helemaal vol hebt, kun je het blad uitrollen.

De JTS’er mag dan het gedicht voordragen aan het gezin. Wat zijn de reacties? Had je dit verwacht? 


Lesweek 3

Voorwerpen ronde
Zet een timer op 1.30 minuut. Ieder gezinslid mag 1 voorwerp uit huis pakken wat je makkelijk kunt optillen. Vervolgens leg je alle voorwerpen neer.  Je pakt het eerste voorwerp (bijvoorbeeld een krant). Dan mag het eerste gezinslid uitbeelden met de krant, wat NIET de krant is. Dus bijvoorbeeld een kussen om op te slapen, of misschien is het wel een duikplank als je erop gaat staan. Of misschien een héél klein onbewoond eilandje. 

Je kunt een timer zetten en in 3 minuten om beurten zoveel mogelijk dingen verzinnen die het voorwerp kan zijn. Daarna pak je het volgende voorwerp, je zet weer de timer en probeert weer creatief na te denken wat ieder voorwerp kan zijn. 

De Dierenwinkel 
Twee gezinsleden spelen (A en B), de rest is publiek. 
A is eigenaar van een dierenwinkel. B is klant en komt binnen met zijn/haar dier, maar weet niet wat het dier is. A weet wat het dier is en probeert door middel van uitbeelden en hints duidelijk te maken om welk dier het gaat en wat er met dit dier aan de hand is.  
Zodra B een vermoeden heeft kan hij/zij mee gaan spelen door dingen te zeggen als “oh, maar het is ook inderdaad vreemd dat hij vlekken heeft in plaats van zwart/witte strepen”, als je vermoedt dat het om een zebra gaat.

Lesweek 2

De Magische Koffer
Pak een grote koffer (of tas), zet deze midden in de woonkamer of op een andere plek met voldoende ruimte eromheen. 
Om de beurt mag iemand uit het gezin iets denkbeeldigs uit de koffer halen, gebruik je fantasie! 
Probeer goed te laten zien of hetgeen wat je eruit haalt hard/zacht is, licht/zwaar, groot/klein. De rest van het gezin mag raden van het is! 
Als het niet meteen geraden wordt, probeer het dan nog eens en probeer het zo zorgvuldig mogelijk uit te beelden eventueel met geluid erbij?

Variatie: voorwerpen uit de koffer halen die eigenlijk niet in de koffer passen.

Avondeten in Jabbertalk
Dit is een perfecte oefening om te doen tijdens het avondeten (of ontbijt/lunch).
Iedereen zit aan tafel, je telt af 3, 2, 1. En vanaf dan wordt er alleen nog maar gesproken in Jabbertalk.
Jabbertalk is een fantasie taal en dus niet te verstaan. Maar jullie doen uiteraard alsof je elkaar wel begrijpt, gebruik handgebaren en bewegingen en deze jabbertaal om je zelf duidelijk te maken. “Mag ik nog een beetje?” ga je proberen te zeggen in de grappige fantasie taal. Je zult merken dat je elkaar best goed kan begrijpen.

Tip: gebruik handgebaren en duidelijke emoties!
 
Levend Twister
Twister kennen we allemaal. Je hand of voet op een bepaalde kleur zetten en je zit in de knoop. Maar je kunt ook Levend Twister in huis doen.
Om de beurt mag iemand uit het gezin een opdracht noemen, eerst een lichaamsdeel – dit kan hand of voet zijn, maar ook neus, elleboog etc. – en vervolgens een kleur! 
Kijk om je heen en laat je inspireren door wat je ziet in huis, voor je het weet zit iedereen met zijn of haar neus tegen de keukenkastjes geplakt.

Veel plezier! 

Lesweek 1 

De Wachters van Buckingham
Een gezinslid staat in de woonkamer, met armen over elkaar en kijkt heel serieus. Hij/zij is een Wachter van Buckingham en die zijn bloedserieus. De rest van het gezin zijn toeristen en proberen om beurten de wachter aan het lachen te maken. 

Regels: 
1)   Je mag nooit de wachter aanraken 
2)   Je mag nooit schreeuwen in de oren (houdt altijd 1 meter afstand)
Als de Wachter in de lach schiet (ook bij een kleine glimlach) mag iemand anders de Wachter zijn. 

Emoties boetseren
In duo’s staan jullie tegenover elkaar. A is de Kunstenaar en B is het Beeld.
A mag B in een bepaalde houding zetten die passend is bij de emotie die is gegeven.
Bijvoorbeeld: A maakt van B een heel vrolijk standbeeld. Let hierbij op alle onderdelen van het lichaam. Voor de gezichtsuitdrukking kun je werken met spiegelen: A doet een gezichtsuitdrukking voor en B spiegelt deze. Als A tevreden is over het resultaat steekt hij zijn duimen op en weet B dat hij de houding los mag laten. Dan wisselen de rollen, B wordt kunstenaar en A het beeld.

Je kunt denken aan de emoties: Boos – Bang – Blij – Bedroefd, maar ik denk de de JTS’ers nog wel meer verschillende emoties kennen.

Variatie: zet de beelden tegenover elkaar en kijk wat dit oplevert, welke emotie hebben ze? Wat voor verhaaltje zou dat kunnen zijn? 

We wensen jullie veel plezier en creativiteit met het hele gezin!

Welkom bij Jeugdtheaterschool Aan de Slinger! Na weer een succesvol seizoen vol jeugdtheatercursussen biedt Jeugdtheaterschool in het seizoen 19-20 nog meer cursussen aan. Leuke, spannende, lange en korte theatercursussen voor allerlei leeftijden. De cursussen vinden plaats van maandag t/m vrijdag in Aan de Slinger.

Vragen of meer informatie over het cursusaanbod? Stuur een e-mail naar jeugdtheaterschool@aandeslinger.nl
 

Kwaliteit – Uitdaging – Plezier

JTS Aan de Slinger biedt kwalitatieve jeugdtheaterlessen waarin kinderen worden uitgedaagd op verschillende fronten. Daarbij staat plezier natuurlijk voorop! Er wordt volop gebruik gemaakt van het feit dat de Jeugdtheaterschool is gevestigd in het theater: de kinderen hebben les in het theater, nemen een kijkje backstage, bezoeken voorstellingen en de productieklassen spelen voorstellingen in de Theaterzaal.

De Jeugdtheaterschool wordt geleid door Mayon van der Klei. Zij verzorgt het inhoudelijk programma, geeft een groot deel van de lessen en stuurt het JTS docententeam aan.

Lesaanbod 2019-2020
Snuffelcursus Theater       6 t/m 7 jaar (woensdag)
Theaterklas 1                        6 t/m 8 jaar (vrijdag)
Theaterklas 2a                      9 t/m 11 jaar (dinsdag)
Theaterklas 2b                      9 t/m 11 jaar (woensdag)
Theaterklas 2c                      9 t/m 11 jaar (donderdag)
Theaterklas 2d                      9 t/m 11 jaar (vrijdag)
Theaterklas 3a                     12 t/m 13 jaar (woensdag)
Theaterklas 3b                     12 t/m 13 jaar (donderdag)
Theaterklas 4                       14 t/m 16 jaar (dinsdag)
Productieklas 1*                  12 t/m 13 jaar (dinsdag)
Productieklas 2*                  13 t/m 14 jaar (vrijdag)
Productieklas 3**                 15 t/m 16 jaar (donderdag)
Productieklas 4**                 17 t/m 19 jaar (woensdag)

* Minimaal 1 jaar ervaring bij de JTS is vereist.
** Een afgeronde Productieklas 2 en/of 3 is vereist.


Inschrijven voor het seizoen 19-20 kan vanaf woensdag 5 juni 13.00 uur via www.aandeslinger.nl 

NB: Betalen in termijnen is mogelijk. Neem hiervoor contact op via info@aandeslinger.nl
 

3724

Lipdub JTS
Alle cursisten van 6 jaar t/m 16 jaar maakten samen een Lipdub. Iedereen deed enthousiast mee, het was één groot feest! Benieuwd? Bekijk snel het eindresultaat!

3813
Prins Bernhard Cultuurfonds K.F. Hein Fonds Rabobank Stumpfl MKB schoon Platform Maatschappelijk Ondernemen Houten